Rinus van den Bosch wil met zijn werk voor de PI duidelijk maken dat de mensen binnen de gevangenis niet buitengesloten zijn. Een strafinrichting is in zijn ogen per definitie een statisch fenomeen. Daarom kiest hij voor kunst die zich hier als een beweeglijke tegenpool manifesteert. Binnen de gevangenismuren reikt een waterkolom in een boog over de muur heen; dit symboliseert het verlangen van de gevangen mens naar de andere kant van de muur. Vanaf het gevangenisterein symboliseert de hoge constant zichtbare waterkolom buiten de muur het idee van vrijheid.